De gerichte vrijstelling voor reiskosten wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25. In navolging van deze verhoging worden ook het forfait voor aftrekbare reiskosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters en het forfait voor reiskosten bij specifieke zorgkosten bij ziekenbezoek, weekenduitgaven voor gehandicapten en het forfait voor de giftenaftrek voor de situatie waarin een vrijwilliger afziet van een reiskostenvergoeding verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.
Voorgesteld wordt om de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten af te schaffen. Deze vrijstelling gold sinds 2015. Werkgevers konden sindsdien een korting geven tot een bedrag van ten hoogste 20%, maar niet meer dan € 500 per werknemer per kalenderjaar op producten uit het eigen bedrijf. Denk hierbij aan personeelskorting op boodschappen, kleding, elektronica, gezinsabonnementen, vliegtickets, hypotheekadvies of verzekeringspremies. Werkgevers kunnen vanaf 2027 nog wel personeelskorting blijven geven, maar deze korting moeten zij dan ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling brengen. Het is niet langer nodig om bij te houden hoeveel korting er per werknemer is gegeven.
Looptijd 30%-regeling
Uit het buitenland afkomstige werknemers kunnen onder voorwaarden een belastingvrije vergoeding voor extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst van hun werkgever ontvangen. De 30%-regeling biedt werkgevers de mogelijkheid om niet de werkelijke kosten maar een forfaitair bedrag van 30% van het loon onbelast te vergoeden. De looptijd van deze regeling wordt verkort van maximaal acht naar maximaal vijf jaar. Volgens het kabinet is na vijf jaar geen sprake meer van tijdelijk verblijf. De verkorting van de maximale looptijd gaat in per 1 januari 2019 en geldt zowel voor nieuwe als voor bestaande gevallen.
Voor bestaande gevallen geldt dat schoolgelden voor internationale scholen ook na de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling onbelast kunnen worden vergoed gedurende de resterende oorspronkelijke looptijd.
Vrijwilligersvergoeding
Vrijwilligers mogen van de instelling waarvoor zij werkzaam zijn een belastingvrije vergoeding ontvangen van maximaal € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar. Voorgesteld wordt om deze bedragen met ingang van 1 januari 2019 te verhogen tot € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. De in de vrijwilligersregeling gehanteerde bedragen worden geacht ten hoogste de kosten te dekken die een vrijwilliger maakt om zijn vrijwilligerswerk te verrichten.
Fiets van de zaak
De waarde van het privévoordeel van een fiets van de zaak behoort tot het loon van de werknemer. Het werkelijke privévoordeel van een fiets van de zaak is lastig vast te stellen. Daarom wordt voorgesteld om per 1 januari 2020 een vaste bijtelling in te voeren van 7% van de nieuwprijs van de fiets. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten fietsen. Er komt een vergelijkbare regeling voor de fiets van de zaak van een ondernemer of een resultaatgenieter. De in te voeren bijtellingsregeling heeft geen invloed op de btw-regels voor een fiets van de zaak.